woensdag 25 april 2007

Het bouwproces

In het volgende verslag is het bouwproces van initiatief tot sloop van een gebouw omschreven.

Het Bouwproces

Inleiding

Het bouwproces is een aaneenschakeling van opeenvolgende activiteiten of deelprocessen, die resulteren in te hanteren uitgangspunten en middelen om resultaten te bereiken, met als einddoel een bouwwerk gereed te hebben en dit bouwwerk te beheren en te gebruiken, waarna de activiteiten of deelprocessen met het slopen van het bouwwerk eindigen.

Het beheersen van het bouwproces is van groot belang om te komen tot een goed eindresultaat. Via een duidelijke fasering is het mogelijk grip te krijgen op alle activiteiten.

In het bouwproces zijn zes fasen die worden gehanteerd voor het bestrijken van het hele proces van initiatief tot het bouwen tot en met de sloop van de gebouwen.

In dit verslag wordt het bouwproces omschreven op de zes fasen en met de nadruk op de ontwerpfase, hierbij wordt grondig gekeken naar de werkzaamheden, welke tekeningen er worden gebruikt en op welke schaal deze worden getekend en welke informatie de architect raadpleegt.

Het bouwproces:

Functies in het bouwproces:
Men kan niet zomaar beginnen met bouwen. Allereerst zal er iemand moeten zijn die het initiatief neemt tot het ontwikkelen van een gebouw of woning. Het kan niet blijven bij plannen, het gebouw zal ook op een stuk grond moeten komen te staan. Verder zal moeten worden gekeken naar de financiering oftewel hypotheken, leningen, leasen. Als dit allemaal geregeld is, kan er worden gestart met het ontwerpen en vervolgens met het uitvoeren.

Dit proces kan in vijf functies onderscheiden worden namelijk:

1) Initiatief nemen:
- analyseren huisvestingsbehoefte;
- verrichten van haalbaarheidsonderzoek;
- beslissen tot realiseren;
- wijze tot realiseren;
- opstellen Programma van Eisen.

2) Verwerven van de grond:
- locatiekeuze;
- verwerven van de grond.

3) Geld beschikbaar stellen:
- keuze wijze van financiering.

4) Ontwerpen:
- structuurontwerpen;
- voorlopig ontwerpen;
- definitief ontwerpen;
- bestek en bestektekeningen;
- werktekeningen;
- vergunningen.

5) Uitvoeren:
- werkvoorbereiding;
- uitvoering;
- oplevering;
- nazorg.

De partijen in het bouwproces:
Om te komen van initiatief tot het uitvoeren zijn er veel partijen of organisaties betrokken die al dan niet op verschillende wijze met elkaar kunnen samenwerken. Deze partijen zijn:

- Gebruiker

- Kostendeskundige
- Bedrijfskundige
- Projectmanager

- Financier

- Opdrachtgever

- Bouwmateriaalhandel
- Toeleveranciers

- Bouwmateriaalhandel
- Onderaannemers
- Toeleveranciers
- Installateurs

- Hoofdaannemer

- Architect

- Constructeur
- Adv. Installaties
- Adv. Bouwfysica
- Stedenbouwkundige
- Landschapkundige

De belangrijkste partijen, die binnen het huidige bouwproces kunnen worden onderscheiden zijn:

- de opdrachtgever;
- de architect;
- de aannemer en de
- gebruiker.

De opdrachtgever:
We kunnen twee categorieën van opdrachtgevers onderscheiden namelijk:
- de professionele opdrachtgever: deze opdrachtgever ontwikkelt of realiseert een bouwwerk dat voorziet in de behoefte van een potentiële gebruiker;
- de incidentele opdrachtgever: deze opdrachtgever bouwt met het oog op voorzieningen in eigen behoefte.

De architect:
De architect was in het verleden in staat alle facetten van het bouwwerk te ontwerpen en uit te werken, nu zijn er steeds meer specialisten aan toegevoegd aan de ontwerpzijde.
Als voorbeeld kan genomen worden de constructeur maar ook een bouwfysisch adviseur kan ingeschakeld worden.

De aannemer:
Ook de aannemer heeft niet alle disciplines meer om het totale bouwwerk te kunnen realiseren. Als voorbeeld kan gegeven worden de te leveren bouwmaterialen hier wordt op een toeleverancier teruggevallen, maar ook het verrichten van diverse werkzaamheden zoals stukadoren en schilderen, hier laat de aannemer gebruik maken van onderaannemers.

Onderaannemers zijn op een bepaald onderdeel gespecialiseerde bedrijven.

De gebruiker:
De gebruiker van een gebouw of woning is in feite de partij die de functies van een bouwwerk benut. Het kan de incidentele opdrachtgever zijn, die naast opdrachtgever ook de uiteindelijke gebruiker van een gebouw of woning is. De gebruiker kan ook degene zijn die een gebouw huurt van de professionele opdrachtgever.

De fasen in het bouwproces:
Het doel van het faseren van het bouwproces is om per deelfase toetsing en besluitvorming te laten plaatsvinden. Door de fasering kan ook bewaking van tijd en financieren goed plaats vinden. Een belangrijk voordeel van het faseren van de diverse werkzaamheden is de mogelijkheid de voortgang van het project zichtbaar te maken.

Bij het faseren gaat het om inhoudelijke activiteiten. Deze activiteiten van de fases zijn:

Programma:
1. initiatief
2. haalbaarheidsstudie
3. projectdefinitie

Ontwerp:
4. structuurontwerp
5. voorlopig ontwerp
6. definitief ontwerp

Uitwerking:
7. bestek
8. prijsvorming

Realisering
9. werkvoorbereiding
10. uitvoering
11. oplevering

Beheer
Sloop

Programmafase:
De eerste hoofdfase is de programmafase. Deze programmering start bij het eerste onderzoek naar de ruimtebehoefte. De programmafase eindigt op het moment dat er een functioneel, technisch, financieel, ruimtelijk en organisatorisch kader is bepaald waarbinnen de bouwactiviteiten dienen plaats te vinden.

Verschillende soorten personen of organisaties kunnen vragen naar nieuwe huisvesting, aanbouw of verbouw van de bestaande huisvesting. Hieraan kunnen verschillende redenen ten grondslag liggen zoals:
- te klein of juist te groot zijn van de bestaande huisvesting;
- gaan samenwonen;
- veroudering van de huidige huisvesting;
- verkeerde locatie (slechte bereikbaarheid).

De gebruiker is in vele gevallen niet direct betrokken bij de realisatie van een bouwwerk. Het initiatief wordt dan genomen door bijvoorbeeld een woningbouwvereniging, een belegger of een projectontwikkelaar. De wensen en eisen van de toekomstige gebruikers worden dan vaak via marktonderzoek geïnventariseerd.

Deze programmafase bestaat uit drie fasen namelijk:
- initiatief;
- haalbaarheidsstudie en
- projectdefinitie.

Het initiatief:
Het initiatief bestaat uit het formuleren van de huisvestingsbehoefte op basis van een analyse van de te huisvesten particulier of organisatie of op basis van een via marktonderzoek gesignaleerde vraag naar huisvesting.
Het voldoen aan de huisvestingsbehoefte kan gebeuren door het verbouwen van de bestaande huisvesting, het huren van bestaande of nog nieuw te bouwen huisvesting of het bouwen van nieuwe huisvesting. De nieuwbouw kan worden gerealiseerd op de bestaande locatie of op een andere locatie.

De invoer van deze fase bestaat uit een vraag naar verbetering van de huidige huisvesting. De uitvoer bestaat uit een beschrijving van de huisvestingsbehoefte. Werkzaamheden hierbij kunnen zijn:
- bij het huisvesten van particulieren het bepalen van de huisvestingsbehoefte;
- bij het huisvesten voor de markt het doen van een marktonderzoek naar huisvestingswensen en -eisen.

Op basis van de resultaten van de werkzaamheden, de financiële situatie en andere mogelijke oplossingen moet nu een beslissing genomen worden of men van plan is de huidige huisvestingssituatie te handhaven of te veranderen. Belangrijke bronnen hierbij kunnen zijn:
- het gebouwdossier;
- informatie uit een klachteninformatiesysteem van het gebouw;
- bedrijfsdeskundigen;
- het managementinformatiesysteem van de organisatie.

Haalbaarheidsstudie:
Als er besloten is het huisvestingsvraagstuk op te lossen door te gaan bouwen dan wordt er een haalbaarheidsstudie verricht. In deze studie worden de financiële, juridische, technische en stedenbouwkundige/planologische haalbaarheid onderzocht van de huisvestingsbehoefte.

Het is noodzakelijk de bouwbehoefte in hoofdzaken te onderverdelen. Tot deze uitgangspunten behoren:
- locatiekeuze (eisen te stellen aan locatie en bouwterrein);
- ruimtebehoefte (opgave van de behoefte in m2 vloeroppervlakte);
- uiterlijk van het gebouw (eisen te stellen aan de uitstraling en vormgeving);
- comfort van het gebouw (eisen te stellen aan binnenklimaat, ventilatie, verlichting, zonwering, vloerbelasting, verdiepingshoogte en afwerking).

Tevens is de locatie minstens zo belangrijk. Aandachtspunten hierbij kunnen zijn:
- bestemmingsplan;
Hierin zijn opgenomen:
- soort gebouw (woning, kantoor, school en winkels);
- rooilijnen en afstanden tot belendingen;
- wel of niet parkeren op eigen terrein;
- hoogte van het gebouw;
- aard van het dak (hellend of plat)
- de bereikbaarheid (openbaar vervoer, wegen en parkeergelegenheid);
- infrastructuur voor telecommunicatie, elektriciteit, gas, water, warmte en riolering;
- uitstraling (industrieterrein, binnenstad of villawijk);
- voorzieningenniveau (winkels en dienstverlening);
- kwaliteit van het terrein;
- economie en/of kosten.

Als deze eisen zijn vastgesteld zal de huisvestingsmarkt moeten worden verkend. Meestal wordt er over gegaan om nieuwe huisvesting te realiseren. Het nemen van zo’n beslissing kan pas plaatsvinden als ook bekend is wat de huisvesting gaat kosten. Dit kan zowel qua investering als exploitatie. Deze kosten moeten dus worden bepaald voor alle geselecteerde mogelijkheden. Op basis van deze kostenoverzichten kan worden vastgesteld of de nieuwe huisvesting haalbaar is.
Als het haalbaar is kan tevens het definitieve budget worden vastgesteld waarbinnen de nieuwe huisvesting moet worden gerealiseerd. Dit wordt het taakstellend budget genoemd.

Projectdefinitie:
Het formuleren van de projectdefinitie, oftewel het Programma van Eisen,valt uiteen in twee stukken namelijk het PvE-object, dit zijn de functionele eisen die gesteld worden aan het te realiseren gebouw. Het tweede stuk is de PvE-randvoorwaarden, hierin wordt vastgelegd aan welke eisen als opleveringstijd en budget het gebouw moet voldoen.

Het PvE-object moet de volgende gegevens vastleggen:
- organisatiestructuur en omvang van de te huisvesten organisatie;
- functionele eenheden;
- ordening en relaties;
- logistiek;
- ruimtebehoefte / -normering;
- esthetische uitstraling;
- fysische kwaliteiten.

De opbouw en indeling van de PvE komt op basis van de resultaten als volgt eruit te zien:
- inleiding
- aanleiding;
- doel en inhoud van het PvE;
- werkwijze;
- uitgangspunten.

- ruimtelijke en functionele eisen:
- totale bruto vloeroppervlakte;
- aantal benodigde ruimten;
- afmetingen van de ruimten;
- verkeersruimte;
- relaties tussen de ruimten onderling en tussen de verschillende verdiepingen;
- voorzieningen per ruimte

Als het voorlopig Programma van Eisen is afgerond moeten de eerste contacten met de bouwbranche gelegd worden. Allereerst moet de architect gekozen worden. Voor de selectie van architecten zijn meerdere procedures mogelijk. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan de open procedure, een meervoudige opdracht of het uitschrijven van een prijsvraag. De open procedure, die het meest wordt gebruikt, is opgebouwd uit de volgende stappen namelijk:
- vaststellen van het takenpakket van de architect;
- verzamelen van informatie over mogelijke kandidaten;
- opstellen selectiecriteria (ervaring op het betreffende soort gebouw, architectuurstijl van het bureau, onafhankelijkheid van uitvoerende partijen);
- voorselectie (3 tot 5 bureaus);
- definitieve selectie, keuze;
- opdracht.

Nu het PvE in de initiatieffase is samengesteld en een architect geselecteerd is kan de ontwerpfase starten.

Ontwerpfase:
Tijdens het maken van een ontwerp heeft de architect te maken met een aantal disciplines deze kunnen zijn:
- architectuur; - milieutechniek;
- stedenbouwkunde; - transporttechniek;
- bouwkunde; - beveiligingstechniek;
- constructietechniek; - infrastructuur;
- klimaattechniek; - tuinarchitectuur;
- elektrotechniek; - datacommunicatietechniek;
- sanitaire techniek; - bedrijfsmiddelen;
- uitvoeringstechnologie; - bouwkosten en bestektechniek

In de ontwerpprocessen komen meestal dezelfde werkzaamheden voor zoals:
- coördineren;
- plannen;
- taakverdelen;
- tekenen;
- rekenen;
- bestekschrijven en toetsen.
Deze werkzaamheden gebeuren zoekend, steeds herhalend en steeds gedetailleerder.

Tijdens het ontwerpproces is het van belang om idee, creativiteit en gevoel te stimuleren en een kans te geven tot ontwikkeling te komen.

Tijdens het ontwerpproces worden verschillende fases doorlopen deze zijn:
- structuurontwerp (SO)
- voorlopig ontwerp (VO)
- definitief ontwerp (DO)

Structuurontwerp:
In het structuurontwerp ligt het accent op de functionele analyse van het Programma van Eisen, de consequenties daarvan voor de opzet van de hoofdstructuur van het bouwwerk en de inpassing van een ruimtelijke vertaling van het programma in terrein en omgeving. Naast het PvE vormen gegevens van de omgeving en het terrein en de wettelijke kaders waarbinnen de hoofdopzet van het ontwerp moet passen belangrijke informatie.
Bij het maken van het structuurontwerp worden eerst ruwe schetsen gemaakt van het te ontwerpen gebouw, dit om de opdrachtgever een globale indruk te geven hoe zijn functionele eisen vorm zullen krijgen.

In het structuurontwerp zijn de verschillende functionele eenheden en de relaties daartussen te onderscheiden. Per bouwblok wordt onderzocht welke maatstructuren gehanteerd moeten worden. Verder worden uitgangspunten vastgelegd voor technische, bouwfysische en constructieve uitwerkingen in de voorlopige ontwerpfase. Werkzaamheden binnen het structuurontwerp kunnen zijn:
- maken van een situatieschets (terreinindeling, ontsluiting, inpassing in de omgeving);
- bouwmassastudie;
- verkeer- en transportsystemen (mensen, goederen, auto’s en afval);
- het bepalen van uitgangspunten voor ruimtelijke en constructieve oplossingen;
- het analyseren van fundering- en draagconstructies in relatie tot de bodemgesteldheid.

Het SO wordt getoetst aan het PvE en het bestemmingsplan. Indien deze niet overeenkomen, moeten het PvE en/of het SO worden aangepast. Na een eventuele aanpassing van het PvE kan een gewijzigd SO worden opgesteld. Indien het SO in overeenstemming is met het PvE, kan een kostenbegroting (investeringsbegroting) opgesteld worden. Indien de kosten niet in overeenstemming zijn met het budget, moet het PvE worden aangepast en vervolgens het ontwerp. Indien het SO in overeenstemming is met het PvE en het budget, besluit de opdrachtgever om het pan uit te werken naar een voorlopig ontwerp.

Het SO wordt vastgelegd in de volgende tekeningen:
- situatieschets (schaal 1:500 / 1:200);
- plattegronden, gevels en doorsneden (schaal 1:500 / 1:200);
- indicatie van het gewenste kwaliteitsniveau van het gebouw, al dan niet per deel van het gebouw;
- bouwmassastudies, tekeningen of eenvoudige maquettes.

Als informatiebron kan er worden gebruikt van:
- architectonische referenties;
- stedenbouwkundige referentiegegevens;
- technische kengetallen;
- kosten kengetallen;
- standaard prestatieomschrijvingen.

Voorlopig ontwerp:
In het voorlopige ontwerp worden een aantal zaken voorlopig vastgesteld. Ten eerste wordt het voorlopig architectonisch beeld bepaald. Hierbij zijn met name de welstandsvoorschriften een bepalende factor naast het structuurplan en het PvE. Vervolgens wordt de voorlopig ruimtelijke structuur vastgelegd door middel van een analyse van het functioneel ruimtelijk PvE. Daarbij zijn van belang het Bouwbesluit de NEN-normen en de Arbovoorschriften. Hierna wordt het voorlopig stedenbouwkundig beeld bepaald uit een analyse van stedenbouwkundige randvoorwaarden op basis van onder meer bestemmingsplannen en voorschriften voor ruimtelijke ordening. Ten slotte worden de technische en klimatologische uitgangspunten geformuleerd op basis van een analyse van het PvE.

Werkzaamheden binnen het voorlopig ontwerp kunnen zijn:
- het uitwerken van het PvE;
- het bepalen van de netto-oppervlakte per functionele eenheid op basis van gebruikersactiviteit en de benodigde inrichtingselementen;
- het maken van voorlopige ontwerptekeningen van het project in interne en externe opzet, zodanig dat er voldoende voorstelling wordt gegeven van de situering, de hoofdindeling, de structurele en constructieve opzet en de architectonische verschijningsvorm.
- Het vaststellen van de technische eisen per functie of ruimte voor wat betreft constructie, installaties, inrichting en bouwfysica;
- Capaciteitsberekeningen, schema’s, plaatsing en hoofdafmetingen van de voornaamste installaties;
- Aard, plaats en afmetingen van de overige voorzieningen (infrastructuur en terreininrichting);
- Het toetsen van het ontwerp aan de lokale regelgeving, bouwnormsystemen, brandweereisen en gemeentelijke regelgeving;
- Het maken van een globale begroting van de investeringskosten, exploitatiekosten en de exploitatieopbrengsten.

Het type beslissingen dat in deze fase wordt genomen richt zich met name op de plaats en de afmetingen van ruimten en bouwdelen.

Indien blijkt dat bepaalde eisen vanuit het PvE niet kunnen worden gerealiseerd, wordt in overleg met de opdrachtgever het PvE aangepast en kan een gewijzigd VO worden opgesteld. Op basis van het VO wordt een begroting (elementenclusterbegroting) opgesteld. Indien de kosten te hoog zijn, moet het PvE en vervolgens het ontwerp worden aangepast. Indien de kosten in overeenstemming zijn met het budget, besluit de opdrachtgever om het plan uit te werken tot een definitief ontwerp.

Het VO wordt vastgelegd in de volgende tekeningen:
- situatieschets (schaal 1:500 / 1:200);
- plattegronden, gevels en doorsneden (schaal 1:200 / 1:100);
- belangrijke delen van de plattegronden (schaal 1:100 / 1:50);
- principeoplossingen van bouwkundige en technische knooppunten en principedetails
(schaal 1:1 / 1:5);
- beschrijving in hoofdlijnen van de toegepaste materialen en installaties;
- principes van de draagstructuur;
- perspectieftekeningen;
- getekende bouwmassastudies of eenvoudige maquettes;
- hoofdopzet van de installaties, verticale en horizontale zondering voor leidingen.

Als informatiebron kan er worden gebruikt van:
- architectonische referenties;
- installatietechnische referentiegegevens;
- stedenbouwkundige referentiegegevens;
- bouwfysische referentiegegevens;
- technische kengetallen;
- materiaaldocumentatie en draagstructuurprincipes.
- kosten kengetallen;
- standaard prestatieomschrijvingen.

Definitief ontwerp:
In de definitieve ontwerpfase ontstaat een volledig beeld van het project als ruimtelijk concept en de technische realiseerbaarheid ervan, maar ook het PvE krijgt aan het eind van deze fase een definitieve status.
Het definitief ontwerp kent in feite dezelfde opbouw als het voorlopig ontwerp maar is alleen veel gedetailleerder. Er vindt een analyse plaats waarbij een aantal zaken die voorlopig vastgelegd waren nu definitief worden vastgelegd. Bij het definitief ontwerp worden de ontworpen hoofdruimten nu in detail ontworpen. Hierbij worden veelal aanvullende eisen en wensen van de opdrachtgever verwerkt.

Werkzaamheden binnen het definitief ontwerp kunnen zijn:
- het vaststellen van de netto-vloeroppervlakte per ruimte;
- het vaststellen van de technische eisen per ruimte (adviseur);
- het vaststellen van de functies van de bouwdelen;
- het maken van definitieve ontwerptekeningen van het bouwwerk in interne en externe
opzet, zodat een volledig inzicht in het bouwwerk ontstaat;
- het maken van een elementenbegroting voor de bepaling van de bouwkosten, de
investeringskosten).

Het type beslissingen dat in deze fase wordt genomen richt zich met name op ruimte- en bouwdeelniveau. Functies, relaties, plaats en afmeting worden definitief.

Op basis van het DO wordt een begroting (elementenbegroting) opgesteld. Indien de kosten te hoog zijn, moet het PvE en vervolgens het ontwerp worden aangepast. Indien de kosten in overeenstemming zijn met het budget, besluit de opdrachtgever om het plan uit te werken naar bestek en bijbehorende tekeningen.

Het DO wordt vastgelegd in de volgende tekeningen:
- situatieschets (schaal 1:500 / 1:200);
- plattegronden, gevels en doorsneden (schaal 1:200 / 1:100);
- belangrijke delen van de plattegronden (schaal 1:100 / 1:50);
- indelingstekeningen van de inrichting van ruimten;
- principeoplossingen van bouwkundige en technische knooppunten en principedetails
(schaal 1:1 / 1:5);
- beschrijving van toegepaste materialen;
- draagstructuur;
- perspectieftekeningen en/of maquettes;
- globale omschrijving en principetekeningen van de installaties met bijbehorende leidingsystemen;
- toelichting op wijzigingen en aanpassingen ten opzichte van het VO;
- motivatie van verdere ontwerpkeuze.

Als informatiebron kan er worden gebruikt van:
- installatietechnische referentiegegevens;
- bouwfysische referentiegegevens;
- materiaaldocumentatie en draagstructuurprincipes;
- documentatie en offertes leveranciers;
- onderhoudskostenkengetallen;
- elementenraming kostengegevens.

Uitwerking:
De uitwerking begint met de besteksfase om vervolgens de prijsonderhandelingsfase in te gaan.

Bestekfase:
In de bestekfase ligt de nadruk op de technische uitwerking van het plan. De nadere technische uitwerking vindt plaats ten behoeve van diverse aanvragen en vergunningen bij de (lokale) overheid en de nutsbedrijven, de aanbesteding en de prijsvorming.

Bij de technische uitwerking van het ontwerp worden de bouwkundige constructies en de installaties getekend. De onderdelen van de technische uitwerking zijn:
- de bouwvoorbereidingstekeningen;
- de constructietekeningen (inclusief berekeningen);
- de installatietekeningen (inclusief berekeningen).

Werkzaamheden in de bestekfase kunnen zijn:
- het opstellen en indienen van de diverse vergunningsaanvragen, waaronder de bouwvergunning bestaande uit tekeningen, berekeningen en kostenraming;
- het maken van een ruimteomschrijving;
- het nauwkeurig technisch vastleggen van het plan in de vorm van bestektekeningen;
- het maken van een bestek bestaande uit administratieve bepalingen en werkbeschrijvingen;
- het maken van gedetailleerde begrotingen voor een nadere bepaling van investerings- en exploitatiekosten;
- het verwerken van de gegevens van het V&G-plan.

Op basis van de bestektekeningen worden de verschillende bestekdelen gemaakt om vervolgens de bestekdelen te integreren tot één geheel.

Na het schrijven van het bestek wordt de directiebegroting gemaakt en intern gecontroleerd. Deze begroting bestaat uit subbegrotingen van het bestek. Bij het begroten worden hoeveelheden bepaald, offertes aangevraagd en op basis hiervan kostennormen bepaald.

Het bestek, de bestektekeningen en de directiebegroting wordt ter acceptatie aan de opdrachtgever voorgelegd, die op basis daarvan uitvoeringovereenkomsten kan afsluiten.

Na de bestekfase wordt er overgegaan naar de prijsvormingfase.

Prijsvorming:
Als het bestek en de bestektekeningen klaar zijn kan er een aannemer gezocht worden, deze dient het gebouw te maken aan de hand van deze voorschriften.

Om een aannemer te vinden wordt het werk aanbesteedt, deze kan op verschillende manieren gebeuren namelijk:
- enkelvoudig, er wordt dan aan één aannemer om een aanbieding gevraagd;
- meervoudig, er wordt dan aan meerdere aannemers gevraagd een aanbieding te doen.

Bij een aanbesteding zijn er twee mogelijkheden waarmee gewerkt kan worden dit zijn:
- een inschrijfbegroting en een
- open begroting.

Bij een inschrijfbegroting geeft de aannemer alleen een aanbiedingsprijs af. De inschrijfbegroting geeft een kostenbeeld per bestekpost zoals het bestek het werk beschrijft. Bij een open begroting kunnen de betrokkenen kennisnemen van de gehele prijsopbouw. In een open begroting wordt uiteindelijk de aanneemsom in onderling overleg tussen opdrachtgever, architect en aannemer vastgelegd.

Werkzaamheden in de prijsvormingfase kunnen zijn:
- bestuderen van het bestek en tekeningen;
- bezoeken van de bouwplaats;
- uittrekken van de hoeveelheden;
- bepalen uitvoeringsmethodiek;
- offerte aanvraag onderaannemers en leveranciers;
- maken inschrijfbegroting;
- bepalen aanbiedingsprijs;
- selectie aannemer;
- prijsonderhandelingen en
- gunning bouw.

Op basis van de inschrijfbegroting, marktomstandigheden en de bedrijfseconomische situatie binnen de onderneming wordt de aanbiedingsprijs bepaald.

Mocht het aanbod aan bouwwerken laag zijn of als er binnen een aannemingsbedrijf te weinig werk onderhanden is, kan een aannemer besluiten onder de kostprijs in te schrijven.

Realisatie:
Een aannemer heeft het werk via de aanbesteding gekregen. Na vaststelling van de definitieve prijs door middel van prijsoverlegronden en eventueel een aantal aanpassingen in het ontwerp kan de realisatie van start gaan.
Zelf dient de aannemer zich ook voor te bereiden hij kan niet het voorbereide bouwplan van de architect aanvaarden.

Werkvoorbereiding:
Hij zal eerst een groot aantal beslissingen moeten nemen ten aanzien van de te volgen uitvoeringsmethode. Deze beslissingen worden in de werkbegroting en de uitvoeringsbegroting vastgelegd. Op basis hiervan moet de aannemer zijn bouwplaats inrichten, materialen inkopen, onderaannemers contracteren, zorgen voor het benodigde materieel en personeel en het V&G-plan ‘’uitvoering’’ ontwikkelen. Daarnaast dient de aannemer te zorgen dat bestektekeningen worden vertaald naar uitvoerings- en productietekeningen.

In de werkvoorbereiding worden de volgende aspecten behandeld namelijk:

- werkbegroting;
De werkbegroting dient als hulpmiddel voor de toekomstige uitvoering. Hierbij zal zoveel mogelijk gebruik gemaakt worden van de inschrijfbegroting. In deze begroting zal volgens werkvolgorde worden begroot, deze onderverdeling bestaat uit:
- voorbereiding;
- fundering;
- ruwbouw en
- afbouw.
Deze bewerkingen worden weer onderverdeeld in samenstellende bewerkingen en deelbewerkingen. Per afzonderlijke bewerking zal hierna de kostprijs begroot worden door vast te stellen hoe de combinatie zal zijn van de productiefactoren: arbeid, materiaal, materieel en onderaanneming.

In de begroting zal ook een overzicht van algemene bouwplaatskosten worden opgenomen (loon uitvoerder, bewaking), en als laatste wordt een begroting gemaakt van de algemene bedrijfskosten.

- planning;
Van grote invloed op bovengenoemde kosten is de benodigde tijd voor de verschillende bewerkingen en hun onderlinge relaties. Om afstemmingsverliezen (wanneer een machine niet verder kan terwijl deze uren toch kosten veroorzaken (huur)) te voorkomen wordt een uitvoeringsplanning gemaakt, vaak een strokenplanning. In de planning wordt aangegeven hoe de verschillende bewerkingen in de tijd moeten verlopen, wil men tot een minimalisering van de bouwkosten geraken.

Een uitvoeringsplanning heeft twee tijdschalen namelijk:
- volgens de kalender, hierin worden de kalenderdagen van de maanden uitgezet waarin het werk wordt uitgevoerd (max. 5 dagen voor één week)
- tijdschaal volgens de prognose van de werkbare dagen, hierin wordt aangegeven hoeveel werkbare dagen verwacht worden per maand.

Aan de hand van de werkbegroting en de uitvoeringsplanning kunnen een aantal andere plannen opgesteld worden deze zijn:
- logistiek;
In het plan voor de inrichting van een bouwterrein wordt vastgelegd welk terrein beschikbaar zal zijn als werkterrein en hoe het werkterrein zal worden opgedeeld.

Logistiek richt zich op de integrale goederenstroombeheersing.
Een goede afstemming op aan- en afvoer van materiaal en materieel in combinatie met de beschikbaarheid van opslag- en opstelplaatsen zal leiden tot een vermindering van het aantal overbodige handelingen.

- materieelplan;
In het materieelplan wordt vastgelegd welk materieel op de bouwplaats aanwezig moet zijn en gedurende welke tijd.

- personeels- en onderaannemingsplan;
Om aan te geven welke, hoe en wanneer taken door verschillende ploegen werkers zoals vlechters of metselaars moet geschieden voor een minimaal verlies aan wachttijden en afstemming dient een werkregelingsschema te worden gemaakt. Hierin wordt tevens aangegeven hoeveel werkers per deelbewerking nodig zijn.

- algemeen tijdschema;
Bovengenoemde plannen dienen zeer sterk op elkaar afgestemd te zijn.
Zo spoedig mogelijk stelt de aannemer aan de aard van het werk een aangepaste algemeen tijdschema op. Hierin wordt aangegeven op welke wijze, in welke volgorde, met welk materieel en met welke hulpmiddelen de aannemer voornemens is het werk uit te voeren alsmede welke tijdsduur hij voor elk onderdeel nodig acht.

- inkoop;
Voor verschillende bewerkingen is het, om de kostprijs te kunnen bepalen, noodzakelijk offertes aan te vragen bij leveranciers en onderaannemers. Op basis van de prijs, de betrouwbaarheid van de organisatie, levertijd en andere factoren wordt er een inkoopcontract afgesloten met de leverancier of onderaannemer. De afgesproken prijs of prijs per eenheid vermeld in het inkoopcontract wordt verwerkt in de werkbegroting.

- uitvoerings- en productietekeningen.
In de bestektekening staan meestal alleen principedetails. Deze moeten worden uitgewerkt in uitvoerings- en productietekeningen. Uitvoeringstekeningen zijn vaak door de architect gemaakte tekeningen en staten, waarin bepaalde facetten van het ontwerp zodanig zijn uitgewerkt, dat zij voldoende duidelijk inzicht in de beoogde uitvoering van het ontwerp bieden.
Productietekeningen zijn door de aannemer of door een derde gemaakte tekeningen en staten, die dienen om te worden gebruikt bij de fabricage of productie van onderdelen van het werk of bij de vervaardiging van tijdelijke constructies of hulpmiddelen.

Uitvoering:
Als alle voorbereidingen in de realisatiefase zijn getroffen wordt het terrein eerst bouwrijp gemaakt.
Voor het personeel dienen tijdelijke verblijven te worden ingericht en loodsen te plaatsen voor materialen.

Hierna wordt begonnen met de bouw, eerst het grondwerk, dan de fundering, de ruwbouw en tenslotte de afbouw. Als laatste komt er nog de inrichtingsfase voor meubilair voordat het gebouw gereed is en in gebruik genomen kan worden.

De fases in de uitvoering kunnen we onderverdelen in de volgende zaken:

Ruwbouw in fasen :
A. Grondwerken.
B. Fundering aanbrengen.
C. Vloeren aanbrengen.
D. Wanden aanbrengen.
E. Metselwerk uitvoeren.
F. Kozijnen – ramen en deuren aanbrengen.
G. Daken aanbrengen.

Afbouw in fasen :
A. Glasdicht maken.
B. Trappen aanbrengen.
C. Installaties: water – gas – elektra - telefoon.
D. Stukadoorswerk.
E. Timmerwerk - aftimmeren.
F. Tegelwerk.
G. Schilder en behangwerk.

Oplevering:
Opleveren betekent accepteren van het gebouw en installaties zonder gebreken, schoon en goed bereikbaar. De enige acceptabele uitzonderingen zijn beschadigingen die als gevolg van levertijden niet meer tijdig kunnen worden hersteld.

De oplevering geschiedt door middel van een proces-verbaal van oplevering. In dit proces-verbaal zijn de referentiekader en de voorwaarden waaronder een en ander wordt geaccepteerd, vermeld.

De gebruiks- en de sloopfase:
Als de aannemer het gebouw heeft opgeleverd en de gebruiker het gebouw in gebruik heeft genomen, is de klus geklaard, dit is de gebruiksfase.

Op een bepaald moment wordt een punt bereikt dat een gebouw niet meer geschikt is en er over hergebruik gesproken wordt mocht dit niet het geval zijn kan sloop van het gebouw of woning plaats vinden. Op de locatie kan natuurlijk weer nieuwbouw gaan plaatsvinden waardoor de cyclus herhaald kan gaan worden.

Conclusie

In dit verslag is kenbaar gemaakt hoe het bouwproces qua fasering in elkaar steekt. Deze fasering is een logische en professionele fasering, waarmee een project goed beheersbaar kan worden gerealiseerd.
De factor tijd wordt bewaakt, de kosten en kwaliteit worden bewaakt en het proces gaat van grof naar fijn.

In dit verslag is naar voren gekomen dat er zeer veel verschillende partijen meedoen in het proces met ieder hun eigen belangrijke taken, verder is naar voren gekomen dat deze taken een breed gebied beslaan en waar de nodige tijd en kennis in gestoken zit om tot een optimaal rendement te komen voor het tot stand brengen van een bebouwing.

Geen opmerkingen: